Water wordt wijn

Wij zijn als teamleden betrokken bij “In Christus heel”,
de werkgroep van het gebedspastoraat.

Dit is een vorm van charismatisch pastoraat, waarin we met een team van twee personen een dagdeel de tijd nemen voor pastoraat en vooral gebed. Vergelijkbaar met persoonlijke voorbede zoals het gebeurt in het conventiepastoraat, maar meestal uitgebreider, met meer tijd en rust.
Dat gebeurt tijdens een retraite, of bij een teamlid thuis. Meestal voorafgegaan door een voorgesprek waarin we even aftasten of dit iets voor je is. En of het klikt. Alhoewel… hoe belangrijk is het eigenlijk dat het ‘klikt’?

De mensen die bij ons komen voor gebed, zoeken we niet zelf uit. Zij komen naar ons toe.
Dat is ook één van de sterke kanten van gebedspastoraat: de mensen staan er open voor, hebben er zelf voor gekozen.

Bij wie ze dan terechtkomen voor gebed, is soms een kwestie van keuze, maar kan ook toeval zijn.
Tijdens een conventie zie je soms mensen extra lang wachten om nou net bij dat ene pastorale team terecht te kunnen. Dat is een mooi verlangen: ‘In deze mensen heb ik vertrouwen, dat die voor mij een goed open kanaal voor de liefde van God zullen zijn.’ Maar je kunt je ook laten verrassen!

In de retraiteweekenden van ‘in Christus heel’ zorgen we ervoor dat je als team in ieder geval geen bekende ‘onder je hoede krijgt’. Verder is het maar afwachten met wie je samen een gebedsteam vormt en voor wie je mag gaan bidden.
Het kan gebeuren dat je met iemand in een team wordt ingedeeld die je niet zo erg ligt, iemand met wie je niet zo’n klik hebt. Dat is niet zo erg, en vaak blijkt dat God je samen gebruikt, juist in de verscheidenheid en de verschillen die er zijn. Je leert elkaar beter kennen, en waarderen; je mag samen dienstbaar zijn, en dat geeft een band, dan gaat het juist klikken.
Ook kan het gebeuren dat degene, die komt voor het gebedspastoraat, jou niet zo ligt, sterker nog, waar je eigenlijk van binnen wat weerstand bij voelt. Dat kan aan van alles liggen; hoe iemand er uitziet, spreekt, ruikt of wat iemand uitstraalt. Het is goed om dat gevoel van weerstand niet weg te willen drukken, maar je ervan bewust te zijn, en het innerlijk bij God neer te leggen. Daarom beginnen we een gebedspastoraat ook altijd met een gebed om loslating van alles wat ons vasthoudt of weerhoudt, om open en vrij samen een tijd voor Gods aangezicht te kunnen zijn. Open als een leeg watervat.
Het grote wonder van gebedspastoraat is dat dit gebed eigenlijk altijd verhoord wordt. Wanneer we ons samen openstellen voor de aanwezigheid van Christus, dan komt Hij ook met zijn liefde; in overvloed! Water wordt wijn.
Dit is een wonder dat niet alleen heilzaam is voor degene die komt voor het pastoraat, maar ook iedere keer het hart van de voorbidder overspoelt; wonderlijk, dat je ineens zo’n grote en diepe liefde kunt voelen voor die ander, die daar in alle kwetsbaarheid bij je zit. Die ander, waar je eerst je gedachten en gevoelens bij had… Die ander die een verhaal vertelt, waar mensen hun oordeel bij klaar hebben… Die ander, die een prachtig kind van God is, waar je van kunt genieten, samen mee kunt huilen, even meevoelen, een beetje, een poosje. Genoeg om helemaal vol te stromen met de gedachten en gevoelens van Christus voor die persoon; liefde die je ook zelf gaat voelen, liefde die de ander dan ook gaat voelen. Soms tastbaar, in een hand op een schouder, een zalving op het voorhoofd, soms met woorden die ontvangen en weer doorgegeven worden. Liefde, waar je soms samen alleen maar stil van kunt worden.
Water wordt wijn. Je kunt er een beetje dronken van worden, licht in je hoofd, en daarom heb je na een gebedspastoraat ook even tijd nodig om weer te “landen”. Maar niet om te ontwaken met een kater, maar om verkwikt en opgeladen weer verder te gaan.
We eindigen een gebedspastoraat dan ook weer met een gebed om loslating, en laten dan elkaar ook letterlijk weer los. Dat kan, omdat we weten dat de Bruidegom blijft, en Zijn wijn nooit opraakt. Wijn van Zijn koninkrijk, Maranatha!

– Irma en Henk Jansen, Dalfsen